Winkelleegstand flinke dobber voor Schiedam

31-07-2014

Uit een onderzoek blijkt dat de winkelleegstand in de Schiedamse binnenstad flinke kosten voor de gemeente met zich meebrengt. Schiedam blijkt niet uniek te zijn. Wat kunnen gemeenten doen?

Roots Beleidsadvies, Locatus en de rekenkamer-commissie (RKC) Schiedam-Vlaardingen hebben gezamenlijk onderzocht wat de kosten van winkelleegstand voor de gemeente zijn. Aanleiding vormen de schrikbarende leegstandscijfers van de Schiedamse binnenstad. De winkelleegstand gemeten naar het vloeroppervlak is met 18,5% bijna drie keer maal zo groot als voor heel Nederland met 6,9% in 2013. Ook gemeten naar het aantal verkooppunten zijn de cijfers voor Schiedam met 15,4% veel hoger dan gemiddeld in Nederland met 6,4%, zo blijkt uit het rapport ‘Schiedam aan de top’ dat eerder verschenen was.

Inkomstendervingen

Uit de nota ‘Gemeentelijke kosten van winkelleegstand’ blijkt dat er verschillende kosten, of beter inkomstendervingen, gepaard gaan met winkelleegstand in een gemeenten. Minder parkeerinkomsten, misgelopen OZB-belasting als gevolg van lagere vastgoedprijzen en inkomstenderving uit reclamebelasting zijn enkele belangrijke posten. Bovendien is de gemeenten extra kosten kwijt aan beleid, subsidies, toezicht en onderhoud.

Duidelijk is dat er een overaanbod aan winkelvastgoed is in de Schiedamse binnenstad. Dat is niet iets van de laatste tijd. Uit de cijfers van het rapport ‘Schiedam aan de top’ blijkt dat Schiedam sinds 2003 structureel te veel winkelvastgoed heeft in de binnenstad. Dat betekent dat Schiedam structureel een schadepost te dragen heeft als gevolg van de leegstand.

Besluitvorming

In de notitie van Roots, Locatus en de rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen staat dat in de besluitvorming de kosten vaak niet betrokken worden, met name wanneer men moet besluiten over de uitbreiding van het winkelaanbod. Sterker, gemeenten blijken zich vaak rijk te rekenen bij locatieontwikkeling door de plannen “dicht te rekenen” met commercieel vastgoed.

De drie partijen die de nota opgesteld hebben bevelen daarom aan om bij besluitvorming over uitbreiding van het winkelaanbod niet alleen naar directe kosten en opbrengsten te kijken. Ook moet worden nagegaan wat de plannen betekenen voor eigenaren en gebruikers. Want indirect krijgen gemeenten hier mee te maken. In het geval er leegstand is, kan dat leiden tot allerlei inkomstendervingen en extra uitgaven. Gemeenten moeten daarom beter het aanbod afstemmen op de behoefte. Alleen op die manier loopt een gemeente het minste risico op winkelleegstand.

 

Bron: www.vastgoedjournaal.nl